Naamloos

Zaterdagmiddag is voor de zwemles. Via fysiotherapeute Mieke zijn we welkom in de Pinguin in Nieuwegein — een recht-toe-recht-aan bad, verscholen tussen biologische markt en het oude Vreeswijk. Onder leiding van een zwemfysio spartelen zes ouders met hun kind (de meeste een beetje Down, sommigen met een verjaagde hersentumor) door het iets warmere water, in het iets warmere zwembad. Iets warmer betekent hier dat de thermostaat voor de gelegenheid drie tandjes hoger gaat en de ouders/verzorgers alles behalve hun onderste laag kleding pas in de hal aantrekken.

 

Madelief kan staan bij het 1 meter bordje en is de enige in de groep: de gemiddelde leeftijd ligt onder de 2. De oefeningen zijn intensief — vader zwaait kind door het water, vader en kind doen een kikker na. Het is op zaterdag, dus het zijn ook enkel vaders. De mama’s kijken vertederd vanaf de kant en vergelijken de zwembandjes.

 

Onze eerst les was watervrees overwinnen, voorzichtig meedoen, sputteren over elke druppel water. Madelief heeft nu de slag te pakken en is ongebonden in het bad — ze wilde gisteren per se de witte bal, die in het diepste gedeelte van het bad, om mee over te gooien, dus ging ze hem halen, met een drijfplankje onder haar armen. Wat nou, twee meter diep — ik wil die bal!

 

Vaste prik is ook het in het water springen: Madelief verordonneert dat ik ervoor moet zorgen dat ze met haar hoofd boven water blijft. Maar elke week slaag ik daar precies 1 keer niet in — wat een toeval. Haar huilbuien die er het gevolg van zijn beginnen over te gaan in een mismoedige zucht en een groot protest — en ik zorg ervoor dat ze mijn tevreden lach niet ziet.

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.