Naamloos

wembley
Dit is fragment nummer 28 van het boek “Wembley” van Richard Osinga.

‘Het is een heel professioneel team. We trainen ’s avonds met licht.’
Hij kijkt me vragend aan.
‘Er staan grote lampen die het trainingsveld beschijnen. Je kunt voetballen alsof het dag is. En we hebben oranje hesjes.’
Hij knikt vaag. Hij lijkt niet te begrijpen waarom het zo mooi is in het duister te voetballen. Je moet het meegemaakt hebben. De eerste training, het begon te schemeren, en net toen ik dacht: waarom doen we geen partijtje want zometeen is het te donker, begonnen de lampen hoog boven het veld te gloeien. Het werd steeds lichter, tot het weer dag was, maar overal om ons heen was de avond gevallen. Vier schaduwen had ik en als ik sprong dan vlogen ze vier verschillende kanten uit.
Cantona biedt me de helft van zijn laatste broodje aan. Ik sla beleefd af.
‘Waarom eet niemand warm?’ vraag ik.
Cantona haalt zijn schouders op.
‘Broodjes zijn sneller.’
Wanneer de bel gaat, is Greuter de eerste die opstaat, de anderen volgen, Hassan als laatste. Hij veegt de kruimels van zijn chips in het zakje. Staat op om het zakje in de prullenbak aan de andere kant van de kantine te gooien. Zijn handelingen zijn traag, alsof je naar een herhaling kijkt.

Naar het beginDoe meeLees verder >>

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.