Wellicht

Wereldlichtjesdag vandaag — en we steken Madelief haar licht ook dit jaar aan in de Stevenskerk in Nijmegen. Nog voor we er zijn gaat er een lichtje branden: de benzine is bijna op. Om op tijd te zijn, besluit ik dat we op de terugweg kunnen tanken, we zijn ten slotte vlak bij de parkeergarage. Mooi op tijd zitten we in de bank.

Op de terugweg zie ik in de stad geen benzinepomp en omdat we nog een krappe 50 km vermogen, moet het maar langs de snelweg. Eenmaal op de A15 — vermaledijd is een woord dat bij deze A in me opkomt — geen pomp. 10 km voor uur u rijd ik gedachtenloos afslag Dodewaard voorbij. De schrik vliegt me om het hart. Twee kilometer later een bordje van een benzinepomp, en hij is open.

Er blijkt 49,7 liter in te gaan, vier keer raden hoeveel er totaal in kan. De man achter het loket zegt, als ik hem vertel dat ik op de laatste druppels ben binnengereden: “dat is een groot geluk, op een zondagavond in dit Gereformeerde Land”. Als ik de snelweg weer oprijd, verdwijnt de benzinepomp in het donker. En ik vermoed dat hij er nu niet meer is.

Vorig jaar was het ook al raak: bij terugkomst bij de auto hadden we een parkeerbon. Bezwaar gemaakt, bezwaar afgewezen, en we zouden een nieuwe acceptgiro toegezonden krijgen. Nooit gekomen, zelfs niet na we erachteraan gebeld hebben. Dank je, kind.

2 Comments

Submit a Comment