Naamloos

Voor de fietsenstalling remt hij af. Jongens schieten uit elke opening, staand op de trappers. Zijn ogen zoeken in de kluwen sturen, handen, tassen. Hij wil ze opzij claxonneren — maak ruimte.

 

Daar zijn de meisjes. Brugklas, Havo 2 misschien. Tergend langzaam zetten ze af, zweven even. En al wordt het weersproken door ieder woord, elke alinea uit de natuurkundeboeken waar hij nu al zeventien jaar uit lesgeeft: hun tempo daalt, nadert als een asymptoot de trapas. Langzamer dan meisjes van veertien kan niemand fietsen.

 

Achter hem toetert Vledder, leraar Frans, op de hoorn van zijn Duitse auto. Het ballet vermengt zich met de straat.

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.