Terugweg

Een gastblog van buurman Johan.

Beste Mart,

De weg terug was eigenlijk veel moeilijker dan die erheen. Dat weet je pas als je ze allebei hebt afgelegd. Of vanaf de drempel van je huis ziet hoe je dappere zoon ze aflegt, zoals ik deed.

Heen had je wat in je handen: je zelfgemaakte pindasliert met het hartje van behang, keurig ingepakt in een mooi papiertje. Het gaf houvast. Terug liep je met lege handen. En met het heldere besef dat wat je net gedaan had meer was dan een kadootje afleveren.

Mama en ik hadden je het laatste zetje gegeven, het kon nog net, voor de school zou gaan beginnen. ‘Ga nou maar, wij kijken!.’ Je twijfelde, we lieten je met rust, zodat je je eigen keuze kon maken. Forceren werkt averechts. En al helemáál bij jou… Na een terloopse opmerking van mama (‘Als je het nu doet hebben ze er de hele dag wat aan…’) trok je ineens je schoenen aan en ging je op pad. Beslissing gemaakt. Klaar.

Je had er geen idee van dat mama en ik elke stap die je nam zagen, vanaf de drempel van ons huis. We zagen je naar de voordeur van nummer 3 lopen, je helemaal uitstrekken naar de deurbel en een stapje opzij doen om door het raam te gluren.

pindasliertIemand deed open, maar vanaf onze drempel zagen we alleen jou. Dat de deur open was gegaan konden we afleiden uit hoe je omhoog keek. Je lippen bewogen, maar we hoorden niets. Daarna gaf je het kadootje en begon je aan die terugweg.

Mama en ik waren ondertussen al snel naar binnen geglipt (dit zijn geen tochtjes waar je pottenkijkers bij wilt hebben, dat weten wij ook wel) en ik was alweer een minuutje bezig met de afwas toen ik besefte wat er in de kamer gaande was. Je was heel stil in tranen, op de veiligste plek op aarde: in de armen van je moeder. En je huilde niet omdat je wat je net had gedaan nou zo moeilijk vond, maar om het simpele gemis waar je aan herinnerd werd. Want al is het bijna de helft van je leven geleden dat Madelief overleed, je draagt nog altijd zoveel kleins van haar mee. Onaangetaste herinneringen, zoals alleen kinderen die kunnen hebben. Als vierjarige kon je het niet overzien. Madelief was voor jou een buurmeisje. En niet een zoals zovelen, maar een die – juist door haar ziekte – bereikbaarder was voor jou. Madelief was minder druk. Minder vluchtig. Praatte niet zo snel. Zei niet zulke ingewikkelde dingen. En dan zit je al snel naast elkaar aan tafel te knutselen, hamertje-tik te spelen of een filmpje van Mickey Mouse te kijken. Ze paste in jouw belevingswereld. En jij in die van haar.

Later op dezelfde dag nam je juf Helma mama apart en vertelde ze over hoe je in de klas hebt verteld over Madelief. Over haar ziekte en haar overlijden. Je had gezegd dat vloeken met kanker niet goed is. Alles vanuit jezelf, in jouw woorden, op jouw plekje in de kring.

Iedereen doet dit op zijn eigen manier, er zijn geen regels voor. En menig volwassene maakt er een gecompliceerde bende van. Maar hoe jij met je buren en het gemis van ons lieve buurmeisje omgaat is iets om trots op te zijn. Daarom staat het hier, verwoord door je vader. Zodat je het later nog eens terug kunt lezen.

2 Comments

Submit a Comment