Naamloos

Ruim tien jaar geleden was ik er voor het laatst — de kampeerboerderij Nijsingh in Appelscha. Toen als lid van het keukenteam in één van de Ichthus Zomerkampen (hé Peter, ze zoeken nog leiding!), nu met de Pinkstergemeente die jaarlijks gevormd wordt door de familie van Marie. Ieder jaar zoeken we een comfortabele stek waar jong en oud zich kan vermaken.

 

Dit jaar was anders — voor ons. Er was geen twijfel over gaan of niet; Madelief had het al weken over het grote Pinksterhuis. Maar bij zo’n jaarlijks ritueel komen onvermijdelijk vragen op. En de voorzichtige routine die we thuis opgebouwd hebben valt weg. Slapen in stapelbedden op zaal, later naar bed, een intensief programma (zowel tante àls nicht W. in de commissie!). Vast onderdeel van het Pinksterweekend is een gemeenschappelijke opening op zaterdag, een meditatief moment op zondag, een hockeywedstrijd — ooit gestart ter nagedachtenis van — en de afsluiting op maandagmiddag. Allemaal momenten waarop je verwacht te vechten tegen je tranen. Dat je in de praktijk bijna omvalt van hoop èn vrees op het moment dat ze met neven en nichten staat te dansen op K3 — houterig, zwabberig, maar dansend! zonder hulp! lachend! — dát weet je niet van tevoren.

 

Het Pinksterweekend in deze vorm gaat al bijna 30 jaar mee en heeft veel familiestormen doorstaan — en belangrijker: een plek gegeven. Ieder jaar zijn de afwezigen aanwezig, de overledenen levend. Wat niet wil zeggen dat het allemaal suikerzoet verloopt — het weekend is ook dé gelegenheid om je weer te realiseren waarom sommige mensen je dierbaarder zijn dan anderen.

 

En daarin was dit jaar dan ook echt anders. Mensen kunnen je versteld doen staan — door ondanks dat het moeilijk is te vragen hoe het met je gaat, door ongegeneerd hartelijk te spelen, door niet gelijk te roepen “dat je corvee hebt” als je even met je dochter bezig bent. Door te zeggen dat het goed is je te zien. Door eindeloos te emmeren over hun vriendin I. of een zwarte toilettas.

 

Blijft dat het afscheid moeilijk blijft. Want we weten niet of we er volgend jaar weer met zijn vieren bij zijn. Dus zijn we een uurtje eerder vertrokken dan de anderen en hebben we niet iedereen gedag gezegd. Lieve familie, dank jullie wel. Het was een gewoon Pinksterweekend — en mooier konden we het niet wensen.

3 reacties

  1. Mijn moeder is overleden met Pinksteren en haar sterfdag viel dit jaar voor het eerst weer op Tweede Pinksterdag. Tradities zijn dan goed en mooi, wij eten altijd pannenkoeken en herdenken op onze eigen manier.

    Ik hoop dat Madelief nog boel veel keer Pinksteren mee zal maken, zeker als het zo fijn gewoon kan zijn.

  2. lieve fam,
    poging twee, eerste mislukt. Jeroen nooit geweten dat jij ook in het ichtus gebeuren heb gezeten, ouderdom komt met gebreken. Ik heb genoten van het weekend, inderdaad een gewoon pinksterweekend, met telaat naar bed, slapen op een zaaltje en ontbijten met z’n allen, praten over alles en met jullie vieren erbij. Liefs marianne en de rest.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.