Naamloos

Na 51 weken van een lang jaar, maak ik een overzichtje voor op Dirk.

 

Ik weet nog steeds niet of je zout over je linker- of rechterschouder moet gooien als je het geknoeid hebt — en of het geluk veroorzaakt of tegenspoed voorkomt. Ik weet wel dat je flink met zout moet strooien als je eieren eet.

 

Eens kijken — wat gebeurde er verder dit jaar? We zijn getrouwd, Marie en ik — op een stralend bewolkte dag in December. Trotser heb ik me niet gevoeld, naast deze vrouw, met deze dochters: ze maken houden van zo makkelijk.

 

Villa Pardoes was heerlijk, EuroDisney onovertroffen dankzij Doe-Een-Wens. De februaristormen zelf heb ik afdoende gedocumenteerd, en ook mijn failliete werkgever heb ik achter me gelaten.

 

Tussen Kerst en nieuwjaar kampeerden we in een huisje tussen de heuvels van Reuver, Noord-Limburg. En ik kan niet anders dan achterom kijken, over de hoge heuvels.

 

Het jaar wisselt van 2003 naar 2004 in Zeeland — in op papier hetzelfde gezelschap. Madelief is ziek (een flinke griep weten we zeker), want ze spuugt om de haverklap, op de trap, net uit bed, en ze is zo’n klein propje mens, dat we er allemaal ontdaan van zijn. Tussen de foto’s zit er een van tante Nicole, op 1 januari, bovenop het duin. Ze probeert te lachen tegen een achtergrond van grauwe wolken. Je kunt de weg naar boven niet zien op de foto, met een wild gillende Madelief, die de duintrap absoluut niet op wilde. Ik voel me nog schuldig over het vele — geirriteerde — aansporen. “Kom op meid, dit kun je.” Ze doet het wel, maar ze wil niet, kan niet, durft er niet op te vertrouwen dat het goed komt.

 

Het meisje zit bovenop de glijbaan van het peuterbad — het is welhaast een meter hoog. Zo hoog zat werkelijk nog niemand. Met een brede lach zet ze af en glijdt. De moeder van een vast heel gezond meisje van anderhalf ziet een meisje van vijf een peuterglijbaantje bezet houden en kijkt me vertoornd aan. Hoe haat ik haar, om haar oppervlakkig kijken. Ik zie een meidje zichzelf hervinden, slagen in wat zo lang onbereikbaar leek. Ze loopt met tante Sheila van ons huisje naar het zwembad, naar de winkel voor broodjes, en telt de 45 treden van de trap ernaartoe met gemak. Ze eet per dag genoeg om een klein dorp in Afrika te voeden. Ze is een waterrat waar ze vorig jaar je adem deed stokken — zo hard klemde ze haar zwembandjes om je nek.

 

Tijdens de nieuwjaarsduik van 2005 doen we spelletjes in het bubbelbad. Bij Tik Tik Tik, Wie Ben Ik? vertikt Madelief het om een andere stemmetje op te zetten; en daarmee onthult ze me waarom ze zo’n hekel heeft aan verkleden en schminken: ze probeert uit alle macht zichzelf vast te houden. Haar trouwe vriend de hersentumor maakte het haar zo moeilijk in de eerste jaren van haar leven dat ze moeite had Madelief te zijn. Ze moet geweten hebben hoe ze kon zijn; ze zag welk deel daarvan voor elkaar kwam.

 

En terwijl ik mijn hart vasthoud kan ik volmondig zeggen: ze bloeit op. Nu.

9 reacties

  1. per direct is het je vergeven dat we zolang op het jaaroverzicht hebben moeten wachten……en nu direct niet meer omkijken! Naar voren……daar waar de zon wacht!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.