Jahaharen geleden zei een WKZ-zuster tegen ons: “kijk naar je kind”. Als je gedachten of angsten op hol slaan, als je de hele bende in of uit of bij elkaar probeert te analyseren, als je ‘s nachts rondjes draait in je dromen. “Kijk naar je kind”, goed advies.

Gisteren was ik bij Madelief op school, om mee te kijken bij het halve uurtje fysiotherapie. Fysio Ilse vertelde dat ze video-opnamen van een paar weken geleden teruggekeken had, en dat opviel hoe Madelief gegroeid is in de afgelopen weken. Ouder, verstandiger, steviger. En ik heb haar zien steppen, zien rolschaatsen — vooruit zien gaan. De oncoloog concludeerde vorige week ook al dat ons meidje het goed doet.

In de weken van het jaar dat de herfst zijn bladeren laat vliegen zijn Marie en ik op ons hoede. Vorig jaar was Madelief er echt beroerd van, door haar gevoelige longen. Dat heeft gelijk gevolgen voor de algehele constitutie. Maar dit jaar gaat ze goed de herfst in — heeft overal energie voor, zin in.

Daar denk ik dus nu maar aan, in afwachting van de uitslag van de mri van vorige week. Ga wat eerder naar huis, want de oncoloog belt altijd aan het eind van de dag, tijdens de boontjes of de bloemkool. Spannend is het elke keer weer, hoe goed je ook naar je kind kijkt.